Het college legt middels een separaat Jaarverslag integriteit verantwoording af over het integriteitsbeleid en de uitvoering.
De organisatie voert sinds een aantal jaren een integriteitsbeleid dat is gericht op het bevorderen van goed ambtelijk handelen en dat in elk geval aandacht besteedt aan het bevorderen van integriteitsbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling, het creëren van een veilige werkomgeving en discriminatie. De organisatie heeft vijf interne vertrouwenspersonen en een externe vertrouwenspersoon voor zowel integriteit als ongewenste omgangsvormen. In 2025 werd binnen de organisatie invulling gegeven aan het integriteitsdomein via de bestaande integriteitsstructuur. Daarnaast was de coördinatie van het integriteitsdomein binnen de bestaande organisatie belegd en vond de afhandeling van meldingen plaats conform de geldende procedurele kaders. De concerncontroller vervulde daarbij een systeemverantwoordelijke rol voor het integriteitsbeleid en de afhandeling van meldingen.
De preventieve handhaving komt tot uitdrukking in allerlei maatregelen die genomen zijn bij indiensttreding, informatiebescherming, inkoop- en aanbestedingsprocedures, communicatie, voorlichting en training. De repressieve handhaving wordt geborgd door een zorgvuldige meldingsprocedure, onderzoeksprocedure en klachtenregeling.
Eind 2025 is binnen het integriteitsdomein een volgende stap gezet in de verdere versterking van de organisatie. De werkzaamheden op dit terrein waren niet langer uitsluitend belegd als rol naast andere werkzaamheden, maar konden ook structureel worden ondergebracht in een zelfstandige hoofdfunctie. Daarmee is een basis gelegd voor verdere professionalisering, meer continuïteit en een stevigere borging van integriteit binnen de organisatie.
Integriteitsmeldingen
In 2025 zijn in totaal vier formele integriteitsmeldingen ontvangen en in behandeling genomen. Daarvan waren twee meldingen afkomstig van inwoners en twee meldingen hadden betrekking op de interne organisatie.
Van de meldingen van inwoners had één melding betrekking op vermeend niet-integer handelen. Deze melding is onderzocht en ongegrond verklaard. De andere melding van een inwoner had betrekking op omgangsvormen. Deze melding is onderzocht en afgehandeld.
Van de meldingen die betrekking hadden op de interne organisatie had één melding betrekking op de wijze waarop met een ontvangen signaal was omgegaan. Deze melding is onderzocht en afgehandeld. De andere melding had betrekking op omgangsvormen. Deze melding is onderzocht en ongegrond verklaard.
Er zijn geen meldingen c.q. klachten ingediend bij het Huis voor Klokkenluiders.
Vertrouwenspersonen
De externe vertrouwenspersoon heeft in totaal één zaak gehad. De interne vertrouwenspersonen hebben in totaal 37 zaken gehad. Hiervan had het grootste deel betrekking op omgangsvormen. Het ging hierbij zowel om omgangsvormen tussen leidinggevenden en medewerkers als om omgangsvormen tussen medewerkers onderling. Bij alle zaken is de melder ondersteund om het probleem bespreekbaar te maken met de leidinggevende of de collega.
Ontwikkeling en vooruitblik
In 2025 is gewerkt binnen de bestaande kaders van het integriteitsbeleid en de daarbij behorende regelingen en procedures. In 2025 is een start gemaakt met de vernieuwing van de gedragscode en de verdere herijking van onderdelen van het integriteitsbeleid. Formele wijzigingen in het interne integriteitsbeleid zijn in 2025 niet vastgesteld.
In 2026 ligt de focus op het verder versterken en structureel borgen van het integriteitsdomein binnen de organisatie. Daarbij wordt voortgebouwd op de in eerdere jaren ingezette ontwikkellijn. De focus richt zich in hoofdzaak op de volgende samenhangende onderdelen:
- het uitvoeren van een integriteitsrisicoanalyse;
- het ontwikkelen en actualiseren van beleid en procedures;
- het versterken van meldroutes, informatie en ondersteuning;
- het versterken van bewustwording en handelingsvermogen;
- het verder ontwikkelen van governance, samenwerking en monitoring.
Met deze inzet staat 2026 in het teken van verdere professionalisering, prioritering en verankering van het integriteitsdomein.
