Paragrafen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In onderstaande tabel zijn de risico’s op 31 december 2025 gekwantificeerd, waarbij door een inschatting van de kans dat de gebeurtenis zou kunnen optreden, het risicoprofiel ontstaat.

Omschrijving

Maximale omvang

Kans
(in procent)

Gemiddelde omvang

Risicoprofiel

Gemeentefonds

Uitkeringen Gemeentefonds

3.940

70

1.970

1.379

Grondexploitaties

Grondexploitatie

2.760

2.760

2.760

Open-einde regelingen

Wmo

1.860

70

930

651

Jeugdhulp

3.000

70

1.500

1.050

Bijstandsuitkeringen (BUIG)

3.200

30

1.600

480

Specifieke uitkeringen (niet BUIG)

1.000

30

500

150

Overige

Archeologie

300

30

150

45

Risico cyberaanvallen

9.900

30

4.950

1.485

Bodemsaneringen

1.500

10

750

75

Dividend

2.414

30

1.207

362

Bouwleges

1.000

70

500

350

Rente

600

10

300

30

Stikstofproblematiek

PM

Ontwikkelingen in de arbeidsmarkt

Onderwijshuisvesting

1.500

PM

750

Totaal

8.817

Bedragen x € 1.000

Hieronder wordt nader op de risico’s ingegaan.

Gemeentefonds

Uitkeringen Gemeentefonds

De gemeente loopt het risico dat de inkomsten uit het Gemeentefonds lager uitvallen door aanpassingen op Rijksniveau. De inkomsten kunnen tegenvallen door:
1. Ontwikkeling van het accres gemeentefonds
2. Onvoldoende prijscompensatie voor loon- en prijsstijging
3. Een lagere onderbesteding of overbesteding van het btw-compensatiefonds met als gevolg een lagere algemene uitkering uit het Gemeentefonds

Beheersmaatregelen:

De beheersmaatregelen beperken zich tot het voortdurend volgen van de ontwikkelingen van het Gemeentefonds en het actualiseren van de ramingen aan de laatste ontwikkelingen en maatstaven. Daarnaast neemt de gemeente deel aan de overleggen die de VNG organiseert met betrekking tot de ontwikkelingen rondom het gemeentefonds, met name gericht op het ravijn. De wethouder Financiën is tevens Pijlervoorzitter Financiën van de M50 en neemt mede vanuit die positie deel aan het netwerk van bestuurders die hierover contact onderhouden.

Toelichting:

Gezien de macro-economische ontwikkelingen en de vorming van de nieuwe coalitie, lijkt de kans dat het Rijk de komende jaren moet bezuinigen, reëel. Mondiale ontwijkklingen en de voortdurende oorlog in Oekraïne hebben impact op de Nederlandse economie.
Het gemeentefonds omvat voor Leidschendam-Voorburg ongeveer € 167 miljoen per jaar. Ondanks de voorzichtige raming van de groei (accres), blijft de kans reëel dat de groei toch lager uitvalt. Een lagere groei van 1% betekent op termijn een lagere uitkering gemeentefonds van circa € 1,67 miljoen. Gezien de grote economische onzekerheden schatten we de kans hoog in.

Op basis van de aanzienlijke prijsstijgingen, nemen de gemeentelijke lasten toe. Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten jaarlijks compensatie voor loon- en prijsstijging. Het risico bestaat echter dat deze compensatie bij hoge inflatiecijfers niet voldoende is om alle effecten op te vangen. Dit kan doordat de compensatie te laag is, maar er kan ook sprake zijn van een tijdelijk tekort doordat compensatie later plaatsvindt dan het prijseffect in de gemeentelijke lasten. Op basis van de inmiddels stabiliserende/dalende inflatie, wordt uitgegaan van een risico van maximaal 1% van de uitkering gemeentefonds, wat neerkomt op € 1,67 miljoen, waarbij de kans hoog wordt ingeschat.

Tot nog toe was er in alle jaren sprake van een onderbesteding van het btw-compensatiefonds. De niet-bestede middelen werden dan achteraf verdeeld over de gemeenten via de algemene uitkering. In de begroting is daarom een inschatting gemaakt van de inkomsten die de gemeente ontvangt uit onderbesteding. De afgelopen jaren is er landelijk door de gemeenten een steeds groter beroep gedaan op het btw-compensatiefonds. Het risico bestaat dat er niet langer sprake zal zijn van een onderbesteding en de gemeente de geraamde inkomsten van € 600.000 per jaar (deels) niet zal ontvangen. Dit risico wordt gemiddeld ingeschat.

Grondexploitaties

Grondexploitatie

Er is een risico dat het bepaalde type woningen niet aansluiten op de vraag van de markt wat leidt tot vertragingen en dat het programma niet voldoet aan het beeldkwaliteitsplan.

Beheersmaatregelen:

Het risico wordt gemitigeerd door adequaat marktonderzoek, goede gebiedspromotie en aandacht voor de woonomgeving. Daarnaast vindt er heldere communicatie plaats over kwaliteit in relatie tot budgetten.

Toelichting:

Het risicoprofiel is berekend door middel van de Risk Mapping-methode. Het risicoprofiel is bepaald met een waarschijnlijkheid van 80%. Dat wil zeggen dat op basis van de uitgevoerde risicoanalyse, een risicobuffer ter grootte van het berekende risicoprofiel met een waarschijnlijkheid van 80% toereikend is om de financiële risico’s van de grondexploitatie op te vangen. Het risicoprofiel voor Vlietvoorde komt uit op € 0,89 miljoen, het risicoprofiel voor KPP bedraagt € 1,36 miljoen en het risicoprofiel voor De Star bedraagt € 0,5 miljoen. Vertrouwelijke informatie over de risico's worden toegelicht in het MPG.

Open-einde regelingen

Wmo

De Wmo is een open einde-regeling en kent daardoor geen bestedingsplafond. Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget niet toereikend is.

Beheersmaatregelen:

Bij het toekennen van voorzieningen wordt nadrukkelijk gekeken naar wat de inwoners nog zelf kunnen. Door dit maatwerk worden kosten beperkt. De vraag naar zorg uit de Wmo wordt verder voortdurend gemonitord en de budgetten worden periodiek bijgesteld aan de hand van actuele prognoses.

Toelichting:

De omvang van het risico op overschrijding van het Wmo-budget wordt geschat op 10% van het Wmo-budget (Begeleiding, Dagbesteding, Beschermd Wonen, Huishoudelijke ondersteuning, Hulpmiddelen, Collectief vervoer en Woonvoorzieningen). De kans op het ontstaan van tekorten op de Wmo-budgetten wordt op hoog ingeschat.

Jeugdhulp

Jaarlijks wordt de begroting van de jeugdzorguitgaven geactualiseerd aan de laatste trendmatige ontwikkeling. Het risico bestaat dat deze ontwikkeling van de jeugdzorguitgaven te laag is ingeschat.

Beheersmaatregelen:

Regionaal en lokaal zijn beheersmaatregelen getroffen om de groei van de jeugdzorg uitgaven te reduceren. Daarnaast wordt op lokaal niveau de zorgvraag kritisch beoordeeld en vindt meer sturing op de aanbieders plaats. Met het Actieplan Jeugd wordt zowel geprobeerd de zorg toegankelijk te houden voor degenen die dit het hardst nodig hebben, alsook de totale kosten te beperken.

Toelichting:

De jeugdzorg uitgaven zijn sinds de decentralisatie in 2015 jaarlijks fors gestegen. De kostenstijging wordt veroorzaakt door een sterke stijging van de gemiddelde zorgkosten per jeugdige en in mindere mate veroorzaakt door een stijging van het aantal jeugdigen in zorg. Het effect van het Actieplan Jeugd is nog onzeker.
De maximale omvang van het risico wordt geschat op 10% van de begrote jeugdzorg uitgaven van € 30 miljoen. De kans dat dit risico zich voordoet wordt hoog geschat, namelijk op 70%.

Bijstandsuitkeringen (BUIG)

In 2022 heeft het Rijk het macrobudget van de BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten) naar beneden bijgesteld. Sinds dat moment heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg een negatief verschil tussen de verstrekte uitkeringen en de ontvangst van het Rijk (tekort BUIG). De parameters zijn in 2024 voor de gemeente gunstig aangepast, maar er is nog steeds sprake van een structureel tekort.
Het Rijk houdt rekening met een lager aantal uitkeringsgerechtigden dan de gemeente in werkelijk heeft. Het tekort is in de begroting meegenomen, maar het risico is dat door prijsstijgingen of volumecorrecties dit verschil groter wordt.

Beheersmaatregelen:

Het Rijk bepaalt jaarlijks het macrobudget van de BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten) en stelt dit twee keer per jaar bij.
In 2025 is er sprake van een overschot op de BUIG. Mede dankzij sterke inzet op re-integratie was de uitstroom hoger dan het landelijke niveau. Vanaf 2026 is de verwachting dat er weer sprake is van een tekort, deze hangt sterk samen met de mate waarin de taakstelling van de statushouders (spreidingswet) ingevuld gaat worden

Toelichting:

De verdeling van het macro BUIG-budget vindt plaats op basis van uitgangspunten die het Rijk bepaalt. De loonkostensubsidie (LKS) is een los onderdeel en wordt bepaald op basis van de uitgaven van het voorgaande jaar. Hiermee probeert het Rijk gemeenten te stimuleren gebruik te maken van dit instrument. Voor het overige deel zijn gemeenten eigen risico-drager. Het Rijk vraagt aan gemeenten wel een gedetailleerde jaarlijkse verantwoording (SiSa), waarmee gecontroleerd wordt of de gebruikte uitgangspunten nog valide zijn. Indien er in drie jaren opeen sprake is van een tekort, kunnen gemeenten in aanmerking komen voor de vangnetregeling. De gemeente Leidschendam-Voorburg kwam in 2024 in aanmerking voor de vangnetregeling 2021-2023.

Specifieke uitkeringen (niet BUIG)

Bij een specifieke uitkering bestaat het risico dat de definitief toegekende subsidie lager uitpakt dan de voorlopige subsidie en/of dat de werkelijke gemaakte kosten de begrote lasten overschrijden vanwege het open-eindekarakter van de regeling.

Beheersmaatregelen:

De ontwikkelingen op de diverse regelingen wordt vanuit beleid en de periodieke budgetbewaking in het kader van de P&C-cyclus voortdurend gemonitord. Indien nodig wordt via de tussentijdse rapportages de gemeenteraad verzocht de begroting aan te passen.

Toelichting:

De gemeente ontvangt voor de uitvoering van een aantal specifieke taken, specifieke uitkeringen van de Rijksoverheid of mede-overheden. Sommige van deze specifieke uitkeringen kennen een min of meer structureel karakter, zoals:
· Onderwijsachterstandenbeleid;
· Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (BBZ).
Daarnaast zijn er de afgelopen jaren veel nieuwe taken bij gemeenten belegd welke worden gefinancierd door middel van specifieke uitkeringen met elk hun eigen regels over verantwoording. Het rijk heeft inmiddels ook een aantal specifieke uitkeringen met 10% gekort.

Overige

Archeologie

Binnen de gemeente zijn er terreinen met mogelijk archeologische waarden die bij vooronderzoek niet altijd worden herkend. Hierdoor bestaat het risico op onverwachte archeologische vondsten tijdens werkzaamheden. De gemeente draait in zulke gevallen op voor de kosten, die kunnen oplopen tot € 300.000. Ondanks vooronderzoek blijft er altijd een restrisico van circa 25%.

Beheersmaatregelen:

Om de risico’s te beperken zet de gemeente in op het toezien op de uitvoering van archeologische onderzoeken. Hierdoor kan de gemeente tijdens de onderzoeken bijsturen. De beoordeling door het bevoegd gezag is het belangrijkste sturingselement van de gemeente. Tevens maakt de gemeente in bepaalde gevallen als dubbele controle van onderzoeken gebruik van een second opinion.
Door bij ontwikkelingen op reeds vrijgegeven terreinen vanuit de gemeente actief in te zetten op een archeologisch onderzoek, kan de gemeente de kosten voor een archeologisch onderzoek beheersen.

Toelichting:

Archeologisch onderzoek gaat uit van een steekproef met een zekerheid op de uitkomst van 70-75%. Dit laat een risico over van 25%. Bij toevalsvondsten wordt mogelijk niet alles gemeld. Ook worden archeologische resten mogelijk niet herkend, waardoor deze informatie niet bij de gemeente terechtkomt.

Uitgaande van grote terreinen geldt een risico voor een archeologische opgraving, inclusief vooronderzoek en uitwerking van € 300.000. Indien er uitzonderlijke vondsten worden aangetroffen, kan dit bedrag hoger uitvallen, de kans hierop is echter zeer klein.

Risico cyberaanvallen

Er is in toenemende mate een risico van cyberaanvallen die kunnen leiden tot een hack. Tussen 2019 en 2024 zijn meerdere gemeenten het slachtoffer geweest van een hackaanval, waarvan de meest bekende in het landelijk nieuws zijn gekomen, zoals: Hof van Twente, Lochem, Buren, Neder-Betuwe en Den Haag. Het dreigingsbeeld van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) onderschrijft de toename door het verhogen van de dreiging van “mogelijk” naar “waarschijnlijk” vanwege het aanhoudend conflict in Oekraïne (en de steun van Nederland aan Oekraïne), het professioneler worden van cybercriminelen en de toenemende hoeveelheid en afhankelijkheid van software en systemen.

Beheersmaatregelen:

In 2025 is er intensief ingezet om de bescherming van organisatie, personeel, systemen en applicaties te verhogen. Met de komst van de Cyberbeveiligingswet in 2026 zal de gemeente aan nog hogere standaarden moeten voldoen, zoals compliancy aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid 2.  Hierdoor wordt in 2026, en verder, nog intensiever ingezet om niet alleen organisatie, personeel, systemen en applicaties te beschermen tegen mogelijke (cyber)dreigingen maar ook de organisatie te laten voldoen aan de nieuwe wetgeving.

Toelichting:

De kans is opgelopen van 1 op 5 naar 2 op 5 dat organisaties worden geraakt. Dit volgt uit het “Dreigingsbeeld informatiebeveiliging Nederlandse gemeenten 2025-2026”, gepubliceerd door de Informatiebeveiligingsdienst voor Gemeenten (IBD). Tussen 2023 en 2024 zijn ruim 150 gemeentelijke organisatie (44% van de gemeenten) één of meerdere keren betrokken geweest bij een informatiebeveiligingsincident in de leveranciersketen.
Het dreigingsbeeld informatiebeveiliging 2023-2024 van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) van de VNG stelt dat de dreiging aanzienlijk toeneemt en dat de gevolgen groter en destructiever zijn. In het dreigingsbeeld van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) uit 2023 is de dreiging voor gemeenten vanwege het aanhoudend conflict in Oekraïne, het professioneler worden van cybercriminelen en de forse toename van kritische kwetsbaarheden in software en systemen, verhoogd van "mogelijk" naar “waarschijnlijk”. Hiernaast kiezen cybercriminelen partij in het Oekraïne-conflict en is de kans toegenomen dat criminele organisaties die eerst enkel op winst uit waren, nu om ideologische of geopolitieke belangen aanvallen gaan uitvoeren op landen die Oekraïne steunen. Voor 2026 zijn er nog geen dreigingsbeelden gepubliceerd, echter zal de dreiging voor de komende jaren onverminderd zijn. De maximale omvang van het risico is gebaseerd op voorbeelden die zich bij andere gemeenten hebben voorgedaan.

Bodemsaneringen

Er zijn verschillende locaties binnen de gemeente waarvan bekend is dat de bodem verontreinigd is, maar waarvan nog niet duidelijk is of, en zo ja, wanneer de bodemverontreiniging gesaneerd moet worden. Ook speelt hierbij een rol of de kosten verhaald kunnen worden op de veroorzaker of (voormalige) eigenaar van de vervuilde locatie. Het beheer alsmede de risico’s van de nazorglocatie aan de Nieuwstraat, ligt sinds 2022 bij de provincie en niet meer bij de gemeente. Onverwachte zaken in de bodem, zoals begin 2022 het dumpen van drugsafval in het recreatiegebied Vlietland waarbij de bodem werd verontreinigd, komen vooralsnog maar sporadisch voor. Recent heeft de GGD, op advies van het RIVM, advies gegeven over hoe om te gaan met verhoogde gehalten aan lood in grond om gezondheidsrisico voor kleine kinderen te voorkomen.

Beheersmaatregelen:

Om eventuele risico's te beperken worden door de gemeente bodemonderzoeken uitgevoerd bij aankoop van gronden. Eventuele financiële effecten worden meegenomen in de bepaling van de grondprijs. Om risico’s en onzekerheden inzake de ondergrond (bodem) te verkleinen, worden de komende jaren diverse kaarten gemaakt om voor iedereen (intern en extern) inzichtelijk te maken wat de risico's inzake de bodem zijn. Niet alleen bodemverontreiniging is van belang maar ook Warmte Koude Opslag (WKO), geothermische omstandigheden, draagkracht van de bodem, bodemdaling/verzakkingen, archeologie, enzovoort. De gemeente is bronhouder voor het correct aanleveren van geologische grondboringen, grondwatermeetnet en WKO-installaties aan Basis Registratie Ondergrond (BRO). Jaarlijks legt de gemeente via de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) verantwoording af aan het rijk.

Toelichting:

De verschillende financiële risico’s over bodemsanering, evenals de nieuw ontdekte VOCL-verontreiniging en de onzekerheid over PFAS, staalslakken en zogenaamde zorgwekkende stoffen, bedragen, na beoordeling, € 1,5 miljoen.

Dividend

Jaarlijks ontvangen de aandeelhouders van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en Stedin over de gemaakte winst een dividenduitkering. De resultaten van de BNG en Stedin zijn onderhevig aan exogene factoren. Dit kan ertoe leiden dat resultaten en de daarmee samenhangende dividenduitkeringen tegenvallen.

Beheersmaatregelen:

Gedurende de Planning & Control-cyclus worden de ontwikkelingen op dit risico nauwlettend gemonitord en zal de begroting indien nodig worden bijgesteld. Daarnaast worden de raden van de betreffende gemeenten actief betrokken bij de discussie rondom investeringen in het netwerk om de energietransitie mogelijk te maken.

Toelichting:

De kans bestaat dat in enig jaar het dividend tegenvalt door tegenvallende resultaten van de betreffende onderneming. De maximale omvang van het risico van de BNG en Stedin is gelijk aan het verwachte dividend van € 2.414.000 in 2025.

Bouwleges

De inkomsten van de bouwleges worden jaarlijks geraamd op basis van de bouwaanvragen die dan bekend zijn en worden verwacht. Aanvragen worden in de praktijk regelmatig uitgesteld of gaan soms niet door. Ook worden nieuwe aanvragen ingediend waarmee geen rekening is gehouden. Dit maakt de inkomsten voor de bouwleges onvoorspelbaar, waardoor een fasering bij grote bouwaanvragen een significant effect heeft op de begroting.

Beheersmaatregelen:

Periodiek wordt een inschatting gemaakt van de te verwachten bouwaanvragen (projecten). In de tussentijdse rapportages worden mutaties naar aanleiding van deze analyses verwerkt.

Toelichting:

De maximale omvang van het risico is gebaseerd op het begrootte bedrag aan legesinkomsten in 2025. Bouwaanvragen kunnen mogelijk uitgesteld worden of niet doorgaan. Vooraf is dit lastig planbaar. De maximale omvang van het risico in 2025 wordt op € 1.000.000 geschat.

Rente

Het renterisico betreft het risico dat de gemeente loopt bij onvoorzien hoge rentestijgingen bij (nieuw) aan te trekken geldleningen.

Beheersmaatregelen:

Op de schatkistrekening staan de overtollige liquide middelen gestald. Bij het aantrekken van toekomstige leningen wordt meer gebruik gemaakt van lineaire leningen. Bij lineaire leningen worden aflossingen namelijk meer gespreid over de tijd en neemt ook het renterisico bij herfinanciering af.

Toelichting:

In 2025 zijn er geen nieuwe leningen aangetrokken. Mogelijk is dat medio 2026 wel noodzakelijk. Na een periode van rentedalingen, mede ingegeven door de recente renteverlagingen van de ECB, is er de afgelopen jaar plots sprake van stijgende rentetarieven. Er is afvlakking, maar er is onzekerheid over hoe de rente zich verder zal ontwikkelen. Indien de huidige leningenportefeuille geherfinancierd moet worden tegen een rente die 1% hoger uitvalt, dan is het effect circa € 600.000. De kans dat de marktrente op korte termijn verder fors zal stijgen is onwaarschijnlijk, maar ook, gezien de omstandigheden, lastig in te schatten en niet onwaarschijnlijk.

Stikstofproblematiek

De neerslag van een overmaat aan stikstof in beschermde, kwetsbare natuurgebieden heeft een ingrijpend negatief effect op de biodiversiteit. De soortenrijkdom, en daarmee de kwaliteit van de natuur in deze gebieden, neemt af naarmate er meer stikstof in de grond neerslaat.

Tot 2019 vormde het ‘Programma Aanpak Stikstof’ (PAS) de basis om toestemming te kunnen verlenen voor bouwplannen en andere ruimtelijke ontwikkelingen, die een bijdrage (kunnen) leveren aan de neerslag van stikstof in de beschermde Natura 2000-gebieden. Het PAS liep vooruit op de verwachte positieve effecten van toekomstige maatregelen om de nadelige gevolgen van het neerslaan van stikstof in natuurgebieden te verminderen. Op die manier zorgde het PAS voor ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. In mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State echter een streep door de toepassing van het PAS gezet. De Afdeling oordeelde dat onvoldoende zeker is dat toekomstige maatregelen de verwachte gunstige effecten zullen kunnen waarmaken. Het PAS als onderbouwing voor het verlenen van toestemming voor bouw- en andere activiteiten die voor een toename van de neerslag van stikstof in natuurgebieden kunnen zorgen, is daardoor weggevallen.

Beheersmaatregelen:

Gedurende de P&C-cyclus worden de ontwikkelingen rond dit risico nauwlettend gemonitord. Waar nodig worden maatregelen genomen om het risico te beperken of zoveel als mogelijk uit te sluiten.

Toelichting:

De eerder gesignaleerde trend, dat de ruimte voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving steeds verder wordt ingeperkt zolang er geen meer structurele oplossingen worden gevonden om de stikstofdepositie op kwetsbare natuurgebieden te beperken, zet zich nog steeds door.

Het medio 2025 gevallen kabinet Schoof heeft geen maatregelen kunnen implementeren die hebben geleid tot een aanpak, waarbij zowel het economisch belang van de sectoren die in hoofdzaak verantwoordelijk zijn voor de uitstoot van stikstof als het belang van de (woning)bouwproductie en het belang van behoud van biodiversiteit bij elkaar werden gebracht. Het in februari 2026 aangetreden nieuwe kabinet Jetten zet in op het uitwerken van een programmatisch pakket om alsnog de verschillende aspecten van de stikstofproblematiek dichter bij een oplossing te brengen. Of en in hoeverre een dergelijk pakket voldoende (aantoonbaar) effectief zal zijn én op voldoende politiek draagvlak kan rekenen, en er dus weer ruimte zal ontstaan voor bouw- en overige plannen, zal de komende tijd moeten blijken.

Vooral voor de relatief omvangrijke ruimtelijke projecten, zoals bijvoorbeeld De Star of de Veurse Achterweg, blijft daarom onverminderd het dringende advies om tijdig een AERIUS-berekening van de gebruiks- én bouwfase te laten uitvoeren en daarbij ook de mogelijkheden voor emissiereductie in beide fasen te verkennen. Alleen zo kunnen de mogelijke risico’s actief en tijdig gemonitord worden en kan er waar nodig bijgestuurd worden op programma, fasering en andere emissie gerelateerde factoren.

De maximale omvang van dit risico is nog steeds moeilijk te kwantificeren. Daarnaast is, vooral bij kleinere projecten, de kans relatief klein dat dit risico zich voordoet. De ervaring tot en met begin 2026 leert dat in Leidschendam-Voorburg de effecten van de stikstofproblematiek bij de ruimtelijke planvorming beperkt zijn gebleven.

Ontwikkelingen in de arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt is nog altijd krap en zal op korte termijn niet veranderen. We hebben hierdoor te maken met het langer zoeken naar de juiste match of dat de juiste match niet meer te vinden is. Dit betekent dat we als organisatie flexibeler moeten schakelen op de inhoud van een vacature met bijvoorbeeld jobcarving of de inzet AI, of mensen, al dan niet intern, opleiden totdat ze de juiste skills hebben. Ook de doorlooptijd en behandeltijd van een vacature vragen om een andere benadering.

Beheersmaatregelen:

Extra inspanningen zijn ingezet om het imago van Leidschendam-Voorburg als werkgever te verbeteren en meer geschikte kandidaten te motiveren om bij Leidschendam-Voorburg te solliciteren. Extra aandacht gaat ook uit naar het beter intern managen van talent en bieden van ontwikkelkansen aan medewerkers om hen langer te behouden.

Toelichting:

Het aantrekken en behouden van geschikte kandidaten kan zorgen voor hogere incidentele extra kosten, zoals inzet assessments, opleidingskosten en aanbrengbonus.

Onderwijshuisvesting

Scholen voorzien in adequate huisvesting is een wettelijke taak van de gemeente. Onderwijsprojecten zijn de afgelopen jaren steeds complexer geworden; dit zijn langlopende projecten waarbij de nodige risico’s de kop op kunnen steken die kunnen leiden tot vertraging van het proces. Afhankelijk van de fase waarin de vertraging optreedt, kan deze een kostenverhogend effect hebben.
Bovendien is gebleken dat de benodigde tijdelijke onderwijshuisvesting om de bouw mogelijk te maken, erg duur is.

Beheersmaatregelen:

Om de risico's zoveel mogelijk te beheersten worden de volgende activiteiten uitgevoerd:
- Opstellen uitvoerbaar Integraal Huisvestingsplan (IHP)
- Investeringsoverzicht en planning opstellen en actueel houden
- Bijeenbrengen van budgetten en subsidiegelden
- Makken van afspraken met de schoolbesturen over de invulling van het bouwheerschap
- Huisvestingsopgave definiëren door het opstellen van een businesscase (ruimtelijk en financieel)
- Jaarlijks indexeren opgenomen bedragen uit het IHP
- Het waar mogelijk combineren van tijdelijke onderwijshuisvesting zodat de hoge eenmalige lasten (plaatsing en afstoten) verminderd wordt

Toelichting:

In 2025 is nieuw gecombineerd IHP voor zowel het primair- al voortgezet onderwijs vastgesteld door de raad.
Het IHP heeft een scope van 16 jaar, waarbij voor de eerste vier jaar een uitvoeringsplan wordt gemaakt en een doorkijk wordt geschetst voor de volgende 12 jaar.

Deze pagina is gebouwd op 05/28/2026 17:18:56 met de export van 05/28/2026 17:09:18