Verantwoordelijkheid college van burgemeester en wethouders
De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college van burgemeester en wethouders toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de raad op 10 maart 2026 (dossier 4611) vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht.
Vanaf verslagjaar 2025 gelden nieuwe regels voor de begroting, verantwoording en accountantscontrole bij gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. De wijzigingen hebben vooral gevolgen voor de rechtmatigheidsverantwoording en de wijze waarop de accountant de jaarrekening beoordeelt.
Aanleiding is de aanpassing van de Besluit Begroting Verantwoording (BBV) en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) van april 2025.
Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 5.984.000.
Bevinding
Het college stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 1.788.000 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 6.166.000. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het college overigens een bedrag van € 770.000 acceptabel op basis van door de gemeenteraad vastgestelde afspraken.
Begrotingscriterium | ||
1A. | Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander door de gemeenteraad vastgesteld autorisatieniveau). | 1.160 |
|---|---|---|
1B. | Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten). | 125 |
2. | Ongeautoriseerde reservemutaties. | 0 |
3. | Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten, investeringen en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan de raad zijn gemeld. | 0 |
Totaal begrotingsonrechtmatigheden | 1.285 | |
4. | Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. | 770 |
De niet -acceptabele begrotingsonrechtmatigheden worden inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht. | 515 | |
Voorwaardencriterium | ||
5. | Europees Aanbestedingsrecht | 481 |
6. | Wmo | 16 |
7. | Jeugdzorgwet | 6 |
8. | Inkopen | 0 |
M&O-criterium | ||
9. | Geen financiële bevindingen | 0 |
Totaal onrechtmatigheden | 1.788 | |
Waarvan acceptabel | 770 | |
Waarvan niet-acceptabel | 1.018 | |
x € 1.000 | ||
De geconstateerde afwijkingen groter dan 5% (= € 299.200) van de verantwoordingsgrens betreffen:
Begrotingscriterium (€ 1.285.000)
- Programma Bestuur en ondersteuning: € 412.000
Vastgoed: De kosten vallen hoger uit dan begroot doordat er het afgelopen jaar meer storingen zijn geweest. Met name op de locatie Prinsenhof 4 hebben zich meerdere storingen en klimaat gerelateerde problemen voorgedaan. Daarnaast heeft een juridisch geschil met betrekking tot de locatie Van Alphenstraat 63 tot extra kosten geleid (€ 416.000 nadeel).
- Programma Volksgezondheid en milieu: € 519.000
IZA (Integraal Zorg Akkoord): € 393.000
Specifieke uitkering Integraal Zorg Akkoord (lasten): De lasten voor de specifieke uitkering op programma 7 Volksgezondheid en milieu zijn € 393.000 hoger dan geraamd, dit komt omdat er een verschuiving heeft plaatsgevonden met programma 6 Sociaal domein. De kosten voor IZA binnen dit programma hebben met name betrekking op preventieve maatregelen ter bevordering van de mentale gezondheid van jeugdigen. Dit wordt deels gecompenseerd door hogere opbrengsten. Zie de toelichting bij de baten.
Specifieke uitkering Integraal Zorg Akkoord (baten): De baten voor de specifieke uitkering op programma 7 Volksgezondheid en milieu zijn € 155.000 hoger dan geraamd, Zie de toelichting bij de lasten. Het voordeel behaald op programma 6 Sociaal domein bedraagt € 187.000 voordelig, omdat geplande extra kosten voor het Sociaal Servicepunt zijn niet uitgegeven. Om de specifieke uitkering toch maximaal te benutten zijn er extra preventieve maatregelen ingezet welke vallen onder programma 7. Op dat programma is daarom een nadeel.
Riolering: € 485.000
Bij het berekenen van de rioolheffing en de mutatie van de voorziening Riool bij de Begroting 2025 was de verwachting dat er meer rioolprojecten in 2024 zouden zijn afgerond, waarvoor de kapitaallasten in 2025 gaan starten. In de jaarrekening 2024 bleek dat er diverse projecten nog niet waren afgerond en dat dit een verlaging van de kapitaallasten in 2025 veroorzaakt van €375.000. Deze verlaging van de kapitaallasten heeft als effect dat er minder lasten op Riool zijn en er dus een storting in de voorziening Riool gedaan moet worden voor ditzelfde bedrag. Dit deel van de storting is niet begroot.
Daarnaast zijn er lasten op andere taakvelden die lager zijn dan verwacht, namelijk op taakveld Openbaar groen. Hier zit een voordeel op de lasten van € 110.000. Deze lasten tellen mee in de berekening van de mutatie met de voorziening riool. Als de lasten hier lager zijn, moet dit gestort worden in de voorziening riool maar dit gebeurt op een ander taakveld, namelijk taakveld Riolering. Dit geeft op dit taakveld een extra nadeel van € 110.000.
Voorwaardencriterium (€ 481.000)
De grootste onrechtmatigheden betreffen:
- Europees aanbesteden Dustin/Central Point: € 238.000
Dustin/Central Point: de uitgaven aan crediteur Dustin zijn in 2024 als onrechtmatig aangemerkt. In 2025 is een aanbestedingstraject gestart, dat in het derde kwartaal van 2025 heeft geleid tot het afsluiten van een nieuw contract. Als gevolg hiervan zijn de uitgaven aan Dustin in 2025 deels nog onrechtmatig. Het betreft een bedrag van afgerond € 238.000.
- Europees aanbesteden Aebi Schmidt: € 168.000
Aebi Schmidt: de gladheidsbestrijding wordt reeds tien jaar uitgevoerd door Aebi Schmidt in opdracht van de gemeente. Uit analyse is gebleken dat de uitgaven in 2025, ter hoogte van €168.000. de contractwaarde overschrijden. Hierdoor zijn deze uitgaven als onrechtmatig aangemerkt. Voor de periode van 1 november 2025 tot en met 31 oktober 2026 is een adviesbrief (position paper) opgesteld. Hierin wordt onderbouwd waarom het noodzakelijk is om af te wijken van het geldende inkoopbeleid. Deze afwijking is vereist om de continuïteit van de gladheidsbestrijding te waarborgen en tegelijkertijd de rechtmatigheid van de uitgaven in de komende periode te herstellen. Met dit voorstel borgt de afdeling dat de uitgaven in de genoemde periode op rechtmatige wijze plaatsvinden.
