Paragrafen

Bedrijfsvoering

In 2025 is verder gewerkt aan de ontwikkeling van een wendbare, sensitieve en resultaatgerichte organisatie – gebaseerd op de organisatievisie uit 2024. Vanuit deze visie stonden de vier ontwikkelsporen – Verbonden en Betrokken, Strategisch Vermogen, Sturen en Samenhang en Leren en Ontwikkelen – aan het begin van het jaar nog centraal in de uitvoering. In de loop van 2025 is bewust gekozen om deze programmatische structuur los te laten.

In de eerste helft van 2025 werd duidelijk dat de organisatieinrichting, waaronder de manier waarop sturingslijnen, rollen, teams en besluitroutes in samenhang zijn vormgegeven, een belangrijk knelpunt vormt in het realiseren van de ambitie om een wendbare, sensitieve en resultaatgerichte organisatie te worden. Dit inzicht leidde ertoe om onderscheid te maken tussen ontwikkelopdrachten die direct in de lijn konden worden belegd en opdrachten die nauw samenhangen met de organisatieinrichting en daarom integraal moesten worden opgepakt.

Gedurende het jaar zijn verschillende ontwikkelopdrachten uit de vier sporen ondergebracht in de lijn. Dit betrof onder meer:

  • het realiseren van een integraal klantbeeld door koppelingen tussen het zaaksysteem en andere systemen, het doorontwikkelen van functionaliteiten en het centraliseren van informatievoorziening richting inwoners;
  • de uitvoering en evaluatie van zes experimenten binnen het programma participatie, als basis voor verdere verankering in 2026, waaronder aandacht voor het uitdaagrecht;
  • het opstarten van een management development traject gericht op systemisch leiderschap, dat in 2026 wordt vervolgd in samenhang met de nieuwe organisatieinrichting;
  • organisatie-brede toepassing van strategische personeelsplanning;
  • het opstellen van een visie op strategisch leren en ontwikkelen, waarvan de uitwerking in 2026 volgt.

De opdrachten die nauw samenhangen met de organisatieinrichting – waaronder de sturingsfilosofie, gebiedsgericht werken, het versterken van het strategisch vermogen, de doorontwikkeling van project- en programmatisch werken en portfoliomanagement – zijn in samenhang verder gebracht. Deze thema’s zijn gebundeld in een integraal inrichtings- en implementatieplan dat eind 2025 is voorbereid en in 2026 verder wordt uitgewerkt.

Eind 2025 werd zichtbaar dat de kaders voor de beoogde organisatieinrichting binnen het inrichtings- en implementatieplan nog onvoldoende expliciet waren besproken met het college. Voor de organisatie was dit aanleiding om stil te staan bij het vervolg van het plan en te bepalen welke stappen nodig zijn om te komen tot een gedragen en uitvoerbare organisatieinrichting. Deze bezinning vormt een belangrijk fundament voor de verdere uitwerking in 2026.

Deze pagina is gebouwd op 05/28/2026 17:18:56 met de export van 05/28/2026 17:09:18