Paragrafen

Bedrijfsvoering

In de onderstaande tabel worden enkele gegevens over het gemeentelijk personeelsbestand weergegeven en vervolgens toegelicht.  

Formatie en bezetting

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Formatie (aantal plekken fte’s)

701

718

741

Bezetting (aantal bezette fte’s)

670

722

721

Bezetting (aantal personen)

733

787

783

Voltijd/ deeltijd

60% / 40%

61% / 39%

60% / 40%

Ziekteverzuim (excl. Zwangerschap)

5,40%

5,90%

5,50%

Meldingsfrequentie

0,94

0,88

0,89

% inhuur

23%

22%

17%

Opleidingskosten
- Begroot
- Besteed

1,65% van de
loonsom
€1.048.000
€947.000

1,63% van de loonsom
€1.061.529
€1.084.000

1,57% van de loonsom
€1.096.183
€1.272.310

Aantal vacatures

151

142

135

Budget en realisatie

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Salarisbudget*

63.553

68.549

70.470

Kosten bezetting

54.445

61.279

65.576

Kosten inhuur regulier

9.356

8.607

5.517

Inhuur regulier t.o.v. totale kosten

17,18%

14,05%

8,41%

Resultaat**

-248

-1.337

-624

Bedragen x € 1.000

*incl. inhuur

**Resultaat voor doorbelasting van kosten aan projecten en programma’s. Voor dit tekort is dus dekking aanwezig elders in de begroting.

Totaaloverzicht inhuur

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Inhuur regulier

9.356

8.607

5.517

Inhuur projectmatig

7.641

8.744

7.946

Totaal inhuur

16.997

17.351

13.463

Bedragen x € 1.000

Totaaloverzicht ziekteverzuim

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Ziekteverzuim in % (excl. zwangerschap)

5,4

6

5,5

Totaal ziekteverzuim

5,4

6

5,5

Toelichting groei formatie en bezetting
In 2025 is de formatie ten opzichte van 2024 gestegen met 23 FTE. De bezetting is in dezelfde periode afgenomen met 1 FTE. Het aantal daadwerkelijke medewerkers is gedaald met 4 medewerker. Aan het eind van 2025 was er sprake van een onderbezetting van 20 FTE. De groei van de formatie in 2025 is voornamelijk het gevolg van extra toegekende formatie voor Stadsbeheer, IISO en het KCC.

Ziekteverzuim
Het verzuimpercentage is gedaald van 5,9% in 2024 naar 5,5% in 2025 en ligt daarmee onder het streefcijfer van 5,8%. De meldingsfrequentie bedraagt 0,89 en is daarmee nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2024. Dit ligt eveneens onder het streefcijfer van 0,9.
De gemiddelde verzuimduur is afgenomen doordat medewerkers gemiddeld korter ziek waren. Met name in de leeftijdscategorieën 35–44 jaar en 60+ is het verzuim gedaald. Tegelijkertijd is het aantal medewerkers met langdurig verzuim (≥ 42 dagen) toegenomen met 31 medewerkers.
In 46% van de verzuimgevallen was sprake van een psychische oorzaak. Binnen deze categorie is het aandeel werk gerelateerd verzuim toegenomen. Positief is dat de signalen van werkdruk en werkstress onder langdurig zieke medewerkers zijn afgenomen.
Hoewel het totale verzuimpercentage in 2025 licht is gedaald, vraagt de toename van langdurig verzuim aandacht. Dit kan wijzen op een toenemend risico op structureel verzuim dat in het totale verzuimpercentage nog onvoldoende zichtbaar is. Het groeiende aandeel werkgerelateerd psychisch verzuim vormt daarbij een aandachtspunt.
Binnen de organisatie wordt intensief samengewerkt tussen leidinggevenden, bedrijfsarts, HR en bedrijfsmaatschappelijk werk om verzuim zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. Medewerkers worden waar mogelijk preventief begeleid en er zijn diverse interventiemogelijkheden beschikbaar.

Inhuur
Het percentage externe inhuur omvat alle kosten die zijn gemaakt voor externe inzet ten opzichte van de totale gemeentelijke personeelskosten. Externe inhuur wordt ingezet voor zowel reguliere werkzaamheden als tijdelijke projecten of tijdelijke piekbelasting.
In een krappe arbeidsmarkt en in perioden van verhoogde werkdruk biedt externe inhuur de mogelijkheid om de benodigde flexibiliteit en wendbaarheid in de organisatie te behouden. Hiermee kan op korte termijn aanvullende capaciteit worden ingezet wanneer het niet direct mogelijk is om vacatures structureel in te vullen.
Het percentage externe inhuur bedroeg 23% in 2022 en 2023, daalde naar 22% in 2024 en is in 2025 verder gedaald naar 17%. In de CAO Gemeenten 2024–2025 zijn afspraken gemaakt om de groei van externe inhuur te beperken. Om hier beter op te kunnen sturen is in 2024 inhuurbeleid ontwikkeld, dat in 2025 is geïmplementeerd en geëvalueerd. In 2026 wordt dit beleid voortgezet en verder bewaakt.

Opleidingskosten
Waar tot en met 2023 de gerealiseerde opleidingskosten vaak onder het begrote budget bleven, is in 2024 voor het eerst meer besteed dan begroot (2%). In 2025 heeft deze ontwikkeling zich voortgezet en is sprake van een overschrijding van circa 16% ten opzichte van het budget.
Het opleidingsbudget is onderverdeeld in een budget voor afdelingen, een budget voor wettelijk verplichte scholing en een budget voor organisatie brede thema’s. De overschrijding in 2025 heeft met name betrekking op uitgaven op afdelingsniveau en op wettelijk verplichte opleidingen.
Door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt worden vaker minder ervaren medewerkers aangetrokken. Hierdoor neemt het belang van vakinhoudelijke scholing en ontwikkeling toe. Daarnaast wordt, mede met het oog op het behouden van medewerkers in een krappe arbeidsmarkt, bewuster ingezet op teamontwikkeling en persoonlijke ontwikkeling.

Aantal vacatures
Het aantal vacatures is de afgelopen jaren licht gedaald. Het merendeel van de vacatures kan worden vervuld. In algemene zin blijft er echter sprake van een krappe arbeidsmarkt, met name binnen de vakgebieden IISO, financiën en het ruimtelijk domein. Voor deze moeilijk vervulbare functies worden gerichte maatwerkstrategieën ingezet.

Deze pagina is gebouwd op 05/28/2026 17:18:56 met de export van 05/28/2026 17:09:18